Bloembollen planten: wanneer, hoe diep en welke soorten
Bloembollen planten is misschien wel de dankbaarste klus die er in de tuin bestaat. Eén middagje wroeten in het najaar, en in maart en april heb je wekenlang kleur voor je raam. Toch gaat het verrassend vaak mis, en bijna altijd op dezelfde drie punten: het moment, de diepte en de soortkeuze. In dit artikel laat ik je zien hoe je bloembollen plant die echt opkomen, met een handige tabel met plantdieptes per soort.
Wil je een handjevol krokussen in het gazon strooien of ga je voor een border vol tulpen en alliums? De basisregels zijn precies hetzelfde. Ik neem je mee langs planttijd, diepte, soortkeuze, het planten in grond en pot, en wat je na de bloei doet. En aan het eind deel ik de fouten die ik zelf ook heb gemaakt. Dan sla jij die lekker over.
Wanneer plant je bloembollen?
Voorjaarsbloeiers zoals tulpen, narcissen, krokussen en hyacinten gaan de grond in van eind september tot half december, zodra de bodem onder de 10 graden zakt. Zomerbloeiers zoals dahlia’s, gladiolen en lelies wachten tot half april tot eind mei, als de nachtvorst echt voorbij is. Onthoud die tweedeling, en je weet eigenlijk alles wat je over planttijd moet weten.
Waarom voorjaarsbloeiers die kou zo hard nodig hebben? Ze hebben zo’n twaalf tot zestien weken koude nodig om een bloemknop aan te leggen. Plant je ze te vroeg, in warme nazomergrond, dan gaan ze rotten of lopen ze te vroeg uit. Plant je ze te laat, dan is de koudeperiode te kort en blijft de bloei mager. Oktober en november zijn de veiligste maanden. Tulpen mogen als allerlaatste, in november of begin december: in koude grond hebben ze minder last van schimmels.
Vind je in januari nog een vergeten zak bollen? Gewoon alsnog planten, zolang de grond niet bevroren is!
Hoe diep moeten bloembollen de grond in?
De vuistregel: plant een bol twee tot drie keer zo diep als de bol zelf hoog is, gemeten van de punt tot het grondoppervlak. Een tulpenbol van 5 centimeter hoog ligt dus op 10 tot 15 centimeter. Kleine bollen zoals krokussen en blauwe druifjes liggen op 5 tot 8 centimeter, forse alliums op 15 tot 20 centimeter. Punt omhoog, platte kant met de wortelresten omlaag. Zo simpel is het.
Maar waarom maakt die diepte zoveel uit? Een bol die te ondiep ligt, droogt sneller uit, wordt eerder door muizen opgesnoept en valt om zodra de bloem zwaar wordt. Een bol die te diep zit, bloeit slapjes. In zware klei houd je de ondergrens aan, in lichte zandgrond mag het iets dieper. In de tabel hieronder zie je per soort de diepte, de afstand, de planttijd en de bloeitijd.
| Soort | Plantdiepte | Afstand | Planten | Bloei |
|---|---|---|---|---|
| Sneeuwklokje | 5 tot 8 cm | 5 cm | september tot november | januari tot maart |
| Krokus | 6 tot 8 cm | 5 tot 8 cm | september tot november | februari tot maart |
| Blauwe druifjes | 6 tot 8 cm | 5 cm | september tot november | maart tot april |
| Narcis | 12 tot 15 cm | 10 tot 12 cm | september tot november | februari tot april |
| Hyacint | 12 tot 15 cm | 10 tot 15 cm | oktober tot november | maart tot april |
| Tulp | 10 tot 15 cm | 10 tot 12 cm | oktober tot december | maart tot mei |
| Allium (sierui) | 15 tot 20 cm | 15 tot 25 cm | september tot november | mei tot juni |
| Lelie | 15 tot 20 cm | 20 tot 25 cm | maart tot mei | juni tot augustus |
| Dahlia (knol) | 5 tot 10 cm | 40 tot 60 cm | eind april tot mei | juli tot oktober |
De afstand in de tabel geeft een natuurlijk, losjes ogend beeld. Wil je juist een dikke, volle bos in een border of pot? Dan mogen de bollen dichter op elkaar, zolang ze elkaar nét niet raken.
Welke bloembollen kies je voor kleur, geur en verwildering?
Kies je soorten op wat je wilt bereiken: een lange bloei, een heerlijke geur of een tapijt dat elk jaar vanzelf terugkomt. Zo’n gemengd pakket ziet er verleidelijk uit, dat weet ik. Maar in de tuin wordt het vaak een rommeltje, omdat alles op een ander moment en in een andere kleur bloeit.
- Voor een lange bloei: combineer vroege soorten (sneeuwklokje, krokus, vroege narcis) met middenvroege (hyacint, blauwe druifjes, botanische tulp) en late (late tulp, allium). Zo heb je van januari tot juni bloei op dezelfde plek.
- Voor geur: hyacint, narcissen van het type tazetta en poeticus, en lelies. Zet ze langs een looppad of onder een raam dat vaak openstaat.
- Voor verwildering: sneeuwklokje, krokus, blauwe druifjes, wilde narcis, sterhyacint en botanische tulpen. Ze vermeerderen zichzelf in gras en onder bomen.
- Voor een strak kleurplan: kies één of twee kleuren en plant daar veel van. Vijftig witte tulpen maken meer indruk dan vijftig bollen in tien kleuren. Echt.
Paarse alliums naast gele narcissen knallen, wit en zachtroze geven rust. Bollen zijn een van de vijf manieren om kleur toe te voegen in je tuin, en de goedkoopste bron van kleurrijke accenten voor de tuin in de lente. Kies je bewust voor geurende soorten? Kijk dan ook eens hoe je planten voor een geurige tuin kiest. Bollen en geurende vaste planten maken elkaar alleen maar mooier.
Bloembollen planten in de grond en in potten
In de volle grond werkt planten in groepen het allerbeste. Graaf één ruim plantgat van 10 tot 20 centimeter diep, leg er tien tot vijfentwintig bollen in met de punt omhoog, en gooi het gat weer dicht. Dat gaat veel sneller dan elke bol apart zetten, en het oogt een stuk natuurlijker. Meng bij zware klei wat scherp zand of compost door de onderlaag, zodat het water weg kan.
Veel heb je er niet voor nodig: een spade of schepje, eventueel een bollenplanter voor losse bollen in het gras, een emmer compost, een gieter en een paar stokjes om te markeren waar de bollen liggen. Dat laatste vergeet iedereen, en in februari steek je dan je schep dwars door de narcissen. Zonde!
In potten plant je bollen in lagen, de lasagnemethode. Neem een pot van minimaal 25 centimeter diep met een gat in de bodem. Onderin scherven of kleikorrels, dan potgrond, dan de grootste en laatst bloeiende bollen (tulpen), een laag grond, middelgrote bollen (narcissen of hyacinten), weer grond en bovenin de kleintjes (krokussen of blauwe druifjes). De bovenste laag komt zo’n 5 centimeter onder de rand. De bollen groeien langs elkaar heen en zo bloeit je pot twee tot drie maanden achter elkaar. Zet potten in de winter beschut en houd de grond licht vochtig, niet nat.
Direct na het planten geef je één keer flink water, zodat de bollen wortels maken. Daarna hoef je bijna nooit bij te gieten. Een laagje bladeren of houtsnippers van 3 tot 5 centimeter beschermt tegen strenge vorst.
Wat doe je met bloembollen na de bloei?
Knip de uitgebloeide bloem af, maar laat het blad zes weken staan tot het geel en slap wordt. In die weken pompt de plant energie terug in de bol voor volgend jaar. Blad afknippen omdat het slordig oogt, is dé reden dat bollen in het tweede jaar niet meer bloeien. Zet vrouwenmantel of hosta ertussen, dan verstoppen die het gelende blad vanzelf.
Niet elke bol komt even trouw terug. Narcissen, krokussen, sneeuwklokjes, blauwe druifjes en alliums kun je jaren laten zitten en worden alleen maar meer. Veel grootbloemige tulpen zijn na één of twee jaar op; behandel die als eenjarig of kies botanische tulpen die wél verwilderen. Hyacinten bloeien in het tweede jaar losser, en eerlijk gezegd vind ik ze dan juist het mooist.
Zomerbloeiers zoals dahlia’s en gladiolen zijn niet winterhard. Haal de knollen na de eerste nachtvorst uit de grond, laat ze een paar dagen drogen en bewaar ze vorstvrij in droge potgrond. Hoe je de rest van de tuin klaarmaakt voor de winter, lees je in de checklist om je tuin winterklaar te maken. Bollen planten en knollen rooien staan daar allebei op.
Veelgemaakte fouten bij bloembollen planten
De meeste teleurstellingen bij bloembollen planten komen door een handjevol fouten die ik steeds weer voorbij zie komen. Herken je er een?
- Te ondiep planten: de bollen vriezen kapot, drogen uit of vallen om in de bloei. Houd de tabel aan.
- Op een natte plek planten: bollen rotten in grond waar water blijft staan. Kies een plek die na een regenbui binnen een uur weer droog oogt, of verhoog de plek met zand en compost.
- Bollen op een rij zetten: als soldaatjes langs het pad oogt het stijf. Plant in groepen van minimaal tien en gooi kleine bollen losjes op de grond voor een natuurlijk patroon.
- Alles tegelijk laten bloeien: zonder spreiding heb je drie weken feest en daarna niets meer. Combineer vroege, middenvroege en late soorten, zoals in de tips over slimme plantencombinaties voor meerdere seizoenen.
Bij mij thuis lagen de eerste jaren alle tulpen op 6 centimeter, omdat dat lekker snel ging. Het eerste voorjaar bloeiden ze nog, het tweede voorjaar was er niets van over. Sinds ik ze op 15 centimeter zet, komt er elk jaar méér op.
Bloembollen planten vraagt weinig meer dan een droge middag in oktober, een schep en een beetje geduld. Van alle planten in en om het huis zijn bollen misschien wel de dankbaarste. Pak dit najaar één zak bollen van één soort, plant ze in een groep op de juiste diepte en kijk in maart wat er gebeurt. Wedden dat je volgend jaar twee zakken koopt?